Wind en windinzicht

27 maart 2018

Bij zeilen en surfen ben je afhankelijk van de wind. De wind is namelijk jouw motor. Om vooruit te komen moet je weten hoe je die wind optimaal kunt benutten. Lees dit interessante artikel geschreven door Zeilschool Pean en leer met de wind werken.

Om goed te zeilen moet je de boot kunnen besturen en daarnaast ook gebruik maken van de wind. Stel dat iemand op een windloze plek, ofwel een luwte, heel subtiel gebruik maakt van alle kleine vleugjes wind en winddraaiingen in die luwte en er op die manier in slaagt uit de luwte te zeilen. Is zo iemand dan een betere zeiler dan degene die gewoon om de luwte heen is gevaren en daardoor 200 meter is uitgelopen? Oftewel, je zult windinzicht moeten ontwikkelen voor de korte en lange termijn, misschien zelfs wel een hele dag vooruitkijken als je op tocht zou gaan...

Windinzicht
Een goede zeiler houdt rekening met de wind en weet daarnaast zijn boot volledig te beheersen. Echter ben je er dan nog niet. Er is meer nodig; het gaat namelijk ook om het windinzicht. Bij windinzicht gaat om het inzicht en overzicht in koersen ten opzichte van de windrichting. Niet alleen hoe de wind op het moment zelf is, maar vooral ook hoe dat verderop zal zijn. Het voortdurend bewust zijn hoe je ten opzichte van de wind vaart, is een voorwaarde om te kunnen voorspellen hoe dat op de nog te varen route zal zijn. Dat is best wel lastig. Vooral als je ondertussen ook nog eens bezig bent met het leren van het zeilen en veel aandacht nodig hebt om alle nieuwe handelingen te verwerken.

Bewegen in een luchtstroom
Wind is niets meer dan een stroom lucht. Als je gaat zeilen, doe je in feite niets anders dan je met een boot door middel van zeilen door een luchtstroom bewegen. Als de wind uit een bepaalde richting komt, dan zal hij over het algemeen niet alleen op de plek waar jij bent uit die richting komen. De wind is in een groter gebied hetzelfde. Komt de wind op Pean uit het westen? Dan zal dat in Grou, Earnewâld of Terherne in de regel ook zo zijn. Sterker nog, je kunt er onder normale omstandigheden vanuit gaan dat dit in heel Friesland en waarschijnlijk in heel Noord-Nederland het geval is. Als de wind in de loop van de dag niet gaat draaien, dan kun je precies voorspellen hoe je tijdens een route, naar bijvoorbeeld Akkrum, de koersen ten opzichte van de wind op elke plek zullen zijn. Waar is het bezeild, waar niet en waar moet er gegijpt worden. Dat kun je allemaal voorspellen als je weet waar de wind vandaan komt. Door tochten te varen en vooraf de route door te nemen en daarna voor jezelf te evalueren, kun je aan je windinzicht werken.

De halve windse lijn
Koersen ten opzichte van de wind voorspellen is best wel lastig. Zolang je precies voor de wind of halve wind vaart of een opschieter in de wind maakt, is het nog niet zo moeilijk de koersen ten opzichte van de wind te bepalen. Op de andere koersen is dat al moeilijker. De halvewindse lijn kan dan een handig hulpmiddel zijn, met name bij hogerwal. Als je golfjes kunt ‘lezen’ dan kun je daaraan zien hoe de halvewindse lijn loopt. Een andere manier is de ‘vogelverschrikker-manier’: steek je neus in de wind en strek je beide armen opzij en je hebt de halvewindse lijn.

Beheerst langzaam varen
Snel varen is leuk, maar beheerst kunnen langzaam varen is veelal het vertrek en het eindpunt van je zeiltocht. Hier komt veel windinzicht bij kijken. Om beheerst langzaam te kunnen varen, moet je een koers sturen waarop je zowel kunt remmen als snelheid kunt maken. Dat kan in de slipsector: een koers tussen iets beneden hoog aan de wind en iets boven halve wind. De sliplijnen in dit gebied liggen veel dichter bij halve wind dan in de wind. Het is dan ook gemakkelijker om de sliplijnen vanuit de halvewindse lijn te peilen dan vanuit in de wind.

Stel je voor, je vaart in een sloot met lekker ruim vaarwater en je bent aan het opkruisen. Plotseling hoor je jouw naam; je moeder roept dat je je boterhammen bent vergeten. Als je haar ziet, kun je gelijk zien hoe de halvewindse lijn en daarmee het aan de windse gebied loopt. Je besluit je boterhammen op te halen, zeilen met een lege maag is niet leuk. Oftewel, als je een inschatting van je aandewindse gebied hebt gemaakt, kun je er beheerst langzaam naar toe varen.

Moeilijk?
Wanneer je eenmaal hebt geleerd om in alle situaties je halvewindse lijn en slipsector te zien, is het niet zo moeilijk meer de slipkoersen te zien en de route daarnaartoe te plannen. Maar het zien van die halvewindse lijn is in de praktijk voor veel mensen erg lastig. Het is verleidelijk om vanuit de boot te redeneren, helemaal als je nog druk bent met allerlei (pas geleerde) handelingen in de boot. Voor windinzicht moet je echter vanuit de omgeving redeneren en niet vanuit de boot. Het kan helpen om dit ‘van buiten de boot’ redeneren flink te oefenen. Dit zou je kunnen oefenen door vooraf eerst uitgebreid te gaan voorspellen en achteraf te evalueren van je route, tijdens het varen te proberen de hele route bewust te volgen, op de wal te gaan staan en te kijken hoe anderen de routes varen en door vanaf de wal proberen te voorspellen of een manoeuvre of route haalbaar is. Hoe beter de beheersing van de boot, hoe meer ruimte je krijgt voor inzicht en overzicht.

Windinzicht is belangrijke basis voor iedere zeiler. Zorg ervoor dat je vanaf het begin jezelf traint in windinzicht en windoverzicht, hier heb je waarschijnlijk je hele zeilcarrière profijt van.

Meer lezen over weer en wind?
Word abbonnee op het Roerblad en ontvang vijf keer per jaar het online magazine van Zeilschool Pean. Klik hier om je in te schrijven.

Ga naar de website van Zeilschool Pean.

← Terug naar overzicht